Syllabus WOP3 T2.A
WB1643 Werktuigkundig Ontwerpproject 3
Inleiding
De Groepsprojecten (T2.A) van WOP3A en WOP3B vormen gezamenlijk 1 project.
Bij WOP3A in Q3 wordt het ontwerp bedacht, ontwikkeld en gedocumenteerd. Resultaat is een ontwerp, dat is vastgelegd in een ontwerpdossier met onderbouwingen en prestatieverwachtingen, proefmodellen, een 3D-CAD-model, technische tekeningenset met een samenstellingstekening en productietekeningen, productiebestanden (lasersnijden en 3D-printen), ingevulde FW-Materiaallijst, bestellingen bij derden en verdere technische documentatie.
Bij WOP3B in Q4 wordt het ontwerp vervaardigd, getest, geanalyseerd en verbeterd en worden conclusies getrokken op basis van de prestatieverwachtingen van het ontwerp in Q3 en de realisering van het fysieke model in Q4. Ook wordt een simulatie en analyse in FEM (Finite element method, Eindige elementen methode) verwacht en pas je een serieproductie-oefening toe op jullie ontwerp. Met het vervaardigde ontwerp doe je mee aan de ontwerpwedstrijd in week 4.8 (10 juni 2026).
In deze Syllabus vind je informatie over de beide groepsprojecten.
De Ontwerpopdracht staat op de WOP-website en wordt (is) toegelicht in het eerste college op 9 februari 2026.
Voor het Ontwerpdossier is een template in OneNote beschikbaar op Brightspace (BS) en voor het 3D CAD model en Technische tekeningen komt een aparte opdracht met aanwijzingen beschikbaar op BS, beide bij T2.A Groepsproject.
Q3
Verplichte besprekingen in Q3
De hele groep hoort bij de besprekingen aanwezig te zijn! Niet aanwezig zijn zonder geldige reden vooraf aangegeven bij degenen die je verwachten kan consequenties hebben voor het cijfer.
- Besprekingen met studentmentor:
Afspraken met de mentor zijn verplicht voor de hele projectgroep.
In Q3 zal je studentmentor alleen de eerste 4 weken beschikbaar zijn om jullie als projectgroep goed op weg te helpen, onder meer met de verplichte samenwerkingsopdracht die leidt tot een samenwerkingsovereenkomst: een ‘levend document’ dat jullie zelf opstellen.
Vanaf week 3.5 is er geen mentor meer beschikbaar. Eventuele problemen kunnen jullie bespreken met de projectdocent, een studieadviseur of anders met Regine Vroom (R.W.Vroom@tudelft.nl).
- Besprekingen met projectdocent:
Besprekingen met de projectdocent zijn verplicht voor de hele projectgroep. Als je een enkele keer echt niet bij de bespreking kunt zijn, dan meld je je voorafgaand aan de bespreking af bij de projectdocent (en je groepsleden natuurlijk) met opgaaf van reden*.
De wekelijkse besprekingen zullen plaatsvinden volgens afspraak met je projectdocent.
Bereid de bespreking goed voor. Zorg dat je resultaten op een computerscherm of op de projecttafel kunt laten zien (presenteer de resultaten als groep) en bedenk vooraf wat je graag in de bespreking wil bereiken.
*Indien je wel een goede reden hebt, maar deze niet met de projectdocent wil delen, zoek dan contact met een studieadviseur van ME. Eventueel via hun telefonisch spreekuur of via het inloopspreekuur. Geef dan bij je afmelding aan dat je de reden hebt gemeld aan of besproken met een studieadviseur. Zie: https://www.tudelft.nl/studenten/me-studentenportal/organisatie/studieadviseurs-me
- Maakbaarheidscheck: Bespreking met een medewerker van de FW
In WOP3A is er een verplichte Maakbaarheidscheck per groep, waarvoor je je als groep inschrijft. Noteer datum, tijd en locatie. Dit is een belangrijk leermoment en doe je dus met de hele groep.
De maakbaarheidscheck is een bespreking vooraf in hoeverre jullie ontwerp in de Faculteitswerkplaats (FW) is te vervaardigen. Zorg er voor dat jullie je 3D CAD-model en/of de (voorlopers van de) technische tekeningen van jullie ontwerp op het scherm of op papier kunnen laten zien bij de maakbaarheidscheck. Jullie hebben dan zelf al nagedacht over hoe jullie ontwerp is te vervaardigen en dat vastgelegd in een voorlopig vervaardigingsplan.
Maak notulen bij de Maakbaarheidscheck! En neem die op in je ontwerpdossier.
Tip: Jullie kunnen tijdens Q3 bij de FW langsgaan als het niet heel druk is (of mailen) met vragen om bijvoorbeeld de maakbaarheid van een specifiek onderdeel kort te bespreken. De mail kun je sturen naar fw-me@tudelft.nl. Zet in de onderwerpregel van de mail duidelijk waarover het gaat.
Globaal overzicht activiteiten groepsproject in Q3
Week 1
Maak een samenwerkingsovereenkomst en bespreek deze overeenkomst met je studentmentor. Op BS staat de opdracht hoe je tot een samenwerkingsovereenkomst moet komen. Hier besteed je in totaal circa 2 uur aan zodat er ook ruim tijd is voor de andere projectactiviteiten in week 1. Lever de samenwerkingsovereenkomst in bij je mentor en lever het ook in op BS, uiterlijk maandag 16 februari 2026. Geef het document de naam: WBxxx-Samen (waarbij xxx je groepsnummer is).
Maak zelf een stappenplan en een planning voor de ontwerpstappen (ontwerpproces) in Q3. Raadpleeg hiervoor:
- De ontwerpstappen van WOP1;
- De ontwerpstappen van WOP2;
- De opdracht van WOP3;
- Deze Syllabus met daarin een overzicht van de activiteiten en deadlines in het WOP3-project.
Richt je ontwerpproces zodanig in dat je voor WOP3 een stappenplan met planning maakt waarmee alle benodigde resultaten op tijd en op niveau worden bereikt.
Hou in jullie eigen planning rekening met weken waarin minder projecttafeltijd voor jullie groep is ingeroosterd als gevolg van overlappende instructies van T2.C, D of E. Plan de benodigde activiteiten zo dat je in de weken daaromheen meer kunt doen of maak gelijk afspraken om met de groep de projecttafeltijd in die week in te halen.
Analyseer de opdracht. Werk eventuele onduidelijkheden of onzekerheden weg door het inwinnen van informatie en het stellen van vragen via het discussieforum op Brightspace. Omdat het een competitie betreft moeten vragen over de opdracht centraal worden gesteld en beantwoord. Je projectdocent zal je daarom steeds naar dit centrale punt verwijzen voor specifieke vragen over de ontwerpopdracht. Geef aan wat de ontwerpuitdagingen zijn.
Stel de hoofd- en deelfuncties op.
Stel een Programma van eisen op met daarin operationeel geformuleerde criteria:
- Functionele eisen (met - waar mogelijk - kwantitatieve grenzen);
- Prestatiecriteria (welke richting beter is);
- Randvoorwaarden en eventuele specificaties.
Deze criteria zijn richtinggevend (en inspirerend) bij het bedenken van technische (deel)oplossingen en bepalend bij het evalueren en selecteren van de ideeën en concepten.
De (tussen)resultaten van de ontwerpstappen hou je bij in een Ontwerpdossier. Hiervoor is een OneNote-Template op Brightspace beschikbaar. OneNote is een van de tools van MS Office. Je mag ook een andere tool (dan OneNote) gebruiken om de resultaten bij te houden. Zorg ervoor dat de informatie in het Ontwerpdossier goed te volgen is voor collega’s en projectdocenten, dus toegankelijk en overzichtelijk.
Inleverdeadlines Ontwerpdossier:
- Uiterlijk einde week 4 om 18 uur lever je het eerste deel van het ontwerpdossier in, bijgewerkt t/m week 4.
- Uiterlijk einde week 8 om 18 uur lever je het Ontwerpdossier WOP3A (totaal) in.
Noteer alvast alle ideeën voor (deel) oplossingen.
Week 2
In deze periode doen jullie weer een eerste fysische verkenning (principle engineering), zie eventueel nog eens de WOP-site daarover. Jullie zullen vermoedelijk nog informatie moeten verzamelen om de opdracht goed te kunnen doorgronden.
En jullie gaan oplossingen bedenken voor het ontwerpprobleem. Pas hierbij bio-inspired design toe. Natuurlijk mogen jullie daarnaast ook andere creativiteits-bevorderende technieken toepassen, zoals systematisch variëren (o.b.v. ACRREx), brainstorm met HKJ’tjes (How To’s) en morfologische kaart.
Prof. Paul Breedveld zal in week 3.3 een gastcollege geven over bio-inspired design ter illustratie. Dit college is vooral een inspirerend verhaal over hoe bio-inspired design hem heeft geholpen bij de ontwikkeling van chirurgische instrumenten.
Om bio-inspired design zelf te kunnen toepassen in het groepsproject staan voor jullie hieronder de instructies en deze zullen maandag 9 februari 2026 in het college kort worden toegelicht door Freek Broeren.
Bio-inspired Design
Bio-inspired design is een creativiteitsmethode waarbij je je laat inspireren door oplossingen uit de natuur. Inspireren, dat wil zeggen niet per se imiteren. Om bio-inspired design toe te passen kun je de volgende vier stappen volgen. Bij elke stap is een voorbeeld uitgewerkt (Roozenburg en Eekels 1998).
Probleemstelling formuleren.
- Bijvoorbeeld: Hoe kun je een omgeslagen catamaran op volle zee oprichten?
Directe analogieën vinden in de natuur. Voorbeelden:
- Een tor op z'n rug.
- Het evenwichtssysteem van een vis.
- Evenwichtsorganen.
Analyseren van de gevonden analogieën. Bijvoorbeeld:
- Hoe richt een tor zich op? Hij maakt gebruik van zijn rugschilden.
- Een vis maakt soms gebruik van een soort intern blaasbalgje.
- Gewichtsverplaatsing via het evenwichtsorgaan houdt een dier onder alle omstandigheden overeind.
Force fit: Vertalen van de analogieën naar je ontwerpprobleem:
- Hoe vertaal je het oprichtend vermogen van een tor naar de mogelijkheid om een omgeslagen catamaran overeind te krijgen? Bijvoorbeeld door de mast plus het zeil beweegbaar te construeren, zodat de weerstand in het water gebruikt kan worden.
- Hoe vertaal je het idee van de blaasbalg naar de mogelijkheid om een omgeslagen catamaran overeind te krijgen? Bijvoorbeeld door het zeil in opblaasbare compartimenten te verdelen. Bij een bepaalde hellingshoek van het schip worden deze automatisch opgeblazen. Voor het oprichten wordt gebruik gemaakt van de golfbewegingen.
- Hoe vertaal je gewichtsverplaatsing en evenwichtswaarneming naar de mogelijkheid om een omgeslagen catamaran overeind te krijgen? Bijvoorbeeld met een hellingcorrector: de hellingshoek wordt waargenomen en omgezet in een tegengestelde beweging van de massa van het schip.
Maak veel tekeningen, en fysieke modellen zoals spuugmodellen (creatief, verkennen van mogelijkheden) en/of proefmodellen (werking testen, vaak slechts gedeeltelijk) om beter inzicht te krijgen in de oplossingsmogelijkheden.
Herkenbare individuele bijdrage: ieder groepslid moet één van de totaaloplossingen met de hand tekenen in isometrisch aanzicht. Deze tekeningen komen in het ontwerpdossier met vermelding van wie de tekening heeft gemaakt. Maak ook aanzichten bij de isometrische tekening met bijvoorbeeld uiterste standen en korte tekstjes de werking van het idee te verduidelijken.
Tip: Maak eventueel gebruik van een onderlegvel waarop je bijvoorbeeld een deel van de wedstrijdbaan hebt getekend. Of maak daar een aantal kopieën van en teken rechtstreeks daarop. Daarmee kun je vaak iets sneller tekenen. Ook mogen jullie weer gebruik maken van het isometrisch tekenpapier, zoals beschikbaar op de WOP-site.
Hou het Ontwerpdossier bij met de tussenresultaten.
Aan het einde van week 2 moeten ongeveer de kansrijke totaaloplossingen gereed zijn.
Week 3
In deze periode worden minstens drie van de kansrijke totaaloplossingen uitgewerkt tot concepten. Dus inclusief tekeningen, aanzichten en berekeningen.
Deze concepten worden vervolgens geëvalueerd aan de hand van het programma van eisen, waarna een keuze volgt voor een concept dat verder kan worden uitgewerkt.
Evaluatie met de functionele eisen en randvoorwaarden:
De concepten moeten voldoen aan de functionele eisen en de randvoorwaarden, anders zijn het geen volwaardige concepten. Controleer en onderbouw dat de concepten aan de eisen voldoen.
Evaluatie met de prestatiecriteria:
Bepaal de verwachte prestaties in meetbare waarden van de concepten op de relevante prestatiecriteria uit het programma van eisen, zoals in stap 2 van de gewogen‑criteria‑methode in de Reader Ontwerpmethoden van WOP1 staat beschreven. Onderbouw de (belangrijkste) waarden zo veel mogelijk met metingen, berekeningen, experimenten en/of redeneringen.
Bepaal de weegfactoren van de prestatiecriteria (stap 3 en stap 4). Onderbouw de verdeling van weegfactoren
Beoordeel de verwachte prestaties van de concepten volgens de gewogen‑criteria‑methode
stap 5. Dus: bepaal per criterium een score voor elk van de concepten, op basis van de voorspelde prestaties uit stap 2. Uiteraard zijn de scores allemaal op dezelfde schaal. Onderbouw de (belangrijkste) scores.
- Maak een gecombineerde tabel met daarin de meetbare waarden én de scores en de weegfactoren in juiste volgorde. Zie tabel 6 in de Ontwerpreader: “Gecombineerde vergelijkingstabel met voorspelde prestaties en scores samen”.
In het ontwerpdossier komt in elk geval de gecombineerde vergelijkingstabel van de gewogen-criteria-methode met daarin weegfactoren, voorspelde prestaties en scores samen, zie tabel 6 in de Ontwerpreader van WOP1.
Note: de tabellen in de Reader Ontwerpmethoden zijn op dit moment niet zoals ze moeten zijn. Dat komt snel weer goed.
Maak een keuze voor een concept (of combinatie van concepten) en motiveer deze keuze.
Geef aan op welke punten het gekozen concept verbeterd kan worden. Logischerwijze worden daarmee de verwachte prestaties op de prestatiecriteria verbeterd.
Als blijkt dat bij het beoordelen van het concept andere aspecten (dan de aspecten in de prestatiecriteria) ook een rol spelen, ga dan na of deze aspecten aan de prestatiecriteria kunnen worden toegevoegd om de redeneringen logisch te houden. Je kunt het programma van eisen dus gedurende het project aanpassen op basis van voortschrijdend inzicht. Zorg er wel voor dat die wijzigingen in het Ontwrepdossier worden doorgevoerd, zodat het dossier logisch blijft (niet chronologisch wordt).
Aan het einde van week 3 hebben jullie een concept geselecteerd of - indien jullie de sterke punten van een aantal concepten willen combineren - de concepten gecombineerd tot het concept dat jullie verder gaan uitwerken.
Werk het Ontwerpdossier bij.
Week 4
In deze periode wordt het gekozen concept verder uitgewerkt tot het Voorlopig Ontwerp.
Op basis van de evaluatie van de concepten die jullie in week 3 hebben gedaan, geven jullie een aantal verbeterrichtingen aan (analyseren op welke prestatiecriteria het gekozen concept nog beter zou kunnen presteren en aangeven hoe het verbeterd kan worden).
Het maken van één of meer proefmodellen om mee te experimenteren, te testen en te analyseren levert in deze fase waardevolle informatie op. Hier kunnen ook eventueel verbeteringen van het concept uit voortkomen.
Doe een eerste veiligheidsanalyse. Daaruit komen eventueel meer verbetermogelijkheden.
Doe een faalanalyse (beperkte FMEA, uitgelegd in WOP2), ook daaruit komen eventueel verbetermogelijkheden.
Er moeten nieuwe oplossingen of uitwerkingen voor details of subsystemen worden bedacht. Het is de bedoeling dat jullie voor de invulling en uitwerking van ieder deelprobleem meer dan één oplossing bedenken en daar een ontwerpkeuze uit maken. Onderbouw deze keuzes. Waar zinvol kunnen keuzes onderbouwd worden met gekwantificeerde modellen door gebruik te maken van Python.
Verwerk de verbeteringen en maak een overzicht van het Voorlopig Ontwerp (tekeningen, aanzichten, model, korte toelichting).
Stel de voorlopige verwachte prestaties en specificaties van je conceptontwerp op, met behulp van berekeningen, schattingen, redeneringen, testresultaten, enz.). Specificaties zijn in dit geval bijvoorbeeld: afmeting, gewicht, kostprijs.
Inleveren uiterlijk vrijdag 6 maart (2026) 18 uur op Brightspace:
Ontwerpdossier t/m week 4 (exporteren uit OneNote). Je kunt het dossier exporteren als OneNote Package (*.onepkg) en op Brightspace inleveren. Geef je bestand de volgende naam voordat je het inlevert: WBxxx-Ontwerpdossier-WOP3 (waarbij xxx jullie groepsnummer is). Je mag daar eventueel ook een pdf inleveren. Dit Ontwerpdossier gaat ten minste tot en met de conceptkeuze. Dus niet per se alles van week 4.
Een foto of (link naar) video van (minimaal) één fysiek model (spuugmodel of proefmodel). Video duurt maximaal 1 minuut. Als je een bestand inlevert, geeft het dan de naam WBxxx-Model1
Week 5/6/7/8
In deze periode wordt het Voorlopig Ontwerp verder uitgewerkt tot een ontwerp dat jullie kunnen vervaardigen in Q4.
Maak een schematisch overzicht van de verwachte en gekozen belastingen (krachten en momenten) en prestaties (bewegingen, werking). Geef aan voor welke onderdelen van het ontwerp de afmetingen het meest kritisch zijn voor het functioneren van het ontwerp en leg uit waarom juist deze drie het meest kritisch zijn voor het behalen van de technische prestaties.
Selecteer de materialen en bepaal de dimensies. Onderbouw met berekeningen* de gekozen afmetingen en de geometrie van de onderdelen. Bijvoorbeeld met een modellering van (grensgeval) mechanica/gedrag, een sterkteberekening of een berekening van benodigde nauwkeurigheid. Voor het bepalen van toleranties kun je nagaan of onderdelen op elkaar moeten klemmen (zogenaamde klempassing) of dat er juist speling moet zijn om de onderdelen ten opzichte van elkaar te kunnen laten bewegen of om het makkelijker te kunnen monteren (losse passing). Hoe nauwkeuriger de afmetingen moeten worden gerealiseerd, hoe kleiner de toleranties en hoe duurder het wordt (of hoe langer jullie nodig hebben om het te vervaardigen).
Op het FW-Materialenformulier (zie Brightspace) kun je vinden welke materialen beschikbaar zijn bij de FW.
*Geef voor elk van de berekeningen gestructureerd weer:
Afbeelding van het deel van je ontwerp waar de berekening betrekking op heeft
Doel: Wat je berekent en waarom.
Methode: Hoe je het berekent (welke formules, welke aannames).
(De berekening zelf komt gewoonlijk in een bijlage)
Resultaten: De uitkomst van de berekening
Conclusie: Toelichting bij de uitkomst en de mogelijke consequentie voor het ontwerp.
Verwerk de conclusies door je ontwerp verder te verbeteren.
Maak weer gebruik van goede aanzichten en detailtekeningen en diverse zinvolle proef- en testmodellen.
Maak een 3D-CAD-model van het ontwerp in SolidWorks. Zorg er voor dat ieder groepslid (!) steeds de laatste versie van het 3D-CAD-model op een eigen laptop kan openen (of een geprinte versie kan tonen) tijdens de voortgangsbesprekingen met de projectdocent en ook bij de maakbaarheidscheck.
Vervaardig op basis van het 3D CAD-model in SolidWorks een set technische tekeningen: samenstellingstekening met stuklijst en productietekeningen van de onderdelen die vervaardigd moeten worden (de maakdelen). Let op de eisen die aan het 3D CAD-model en de technische tekeningen worden gesteld. Deze kun je binnenkort vinden op BS bij T2.A Groepsproject. De tekeningen worden apart beoordeeld (SW-cijfer) en tellen voor een kwart mee voor het groepscijfer van WOP3A T2 (zie vakinformatie op Brightspace).
Maak een duidelijk overzicht van de maakdelen en de koopdelen. Ga na welke onderdelen en materialen jullie zelf moeten aanschaffen. Geef in de lijst aan waar jullie die materialen en koopdelen (handelsonderdelen) gaan aanschaffen en hou rekening met levertijden (let ook op de kleine lettertjes die daar vaak bij staan).
Maak een kostprijsoverzicht van jullie ontwerp.
Maak een vervaardigingsplan en -planning van hoe jullie het ontwerp in de FW willen gaan vervaardigen. Daarin staat welke materialen in welke halffabricaten (profiel of plaat bijvoorbeeld) jullie gaan bewerken. De volgorde van de bewerkingen en machines en gereedschap die daarbij nodig zijn. Hoeveel tijd jullie verwachten daarvoor nodig te hebben en wie dat in welk werkplaatsmoment (of daarbuiten) gaat doen.
In week 6 of 7 vindt de Maakbaarheidscheck in de FW plaats. Let op: Hiervoor moeten jullie zelf als groep tekenen. De link naar de maakbaarheidscheck staat op BS bij T2.A.
Bij de Maakbaarheidscheck heb je als groep een half uur de tijd om je idee kort te presenteren en aan te geven hoe jullie denken het te kunnen vervaardigen, en natuurlijk ook om veel vragen te stellen over de mogelijkheden tot fabricage in de FW. Kom daarom goed voorbereid met de laatste versie van jullie 3D-CAD-model en eventueel technische tekeningen en (een eerste versie van) het vervaardigingsplan om te bespreken. En ook het door jullie ingevulde “FW-Materiaalformulier”. Maak notulen, zodat duidelijk is welke wijzigingen op basis van welke redenen moeten worden doorgevoerd.
De resultaten van deze weken nemen jullie weer op in het Ontwerpdossier.
Einde week 8 leveren jullie het volgende in op Brightspace. Let op, geef bestanden steeds een naam beginnend met WBxxx (waarbij xxx jullie groepsnummer is, zie instructies bij assignment op BS):
Foto of Video (max. 1 minuut) van een proefmodel van week 5-8
Ontwerpdossier van WOP3A (totaal)
SolidWorks-model als zip-bestand
Technische tekeningen (1 pdf) worden ook als apart pakket ingeleverd op BS. Beoordeling hiervan telt mee.
3 screenshots van jullie SolidWorks-model voor het juryboek
Optioneel, indien jullie gebruik willen maken van materialen en dergelijke bij de FW:
FW-Materiaallijst: Hiermee kunnen jullie aangeven welk materiaal van de FW jullie willen toepassen in je ontwerp. Deze materiaallijst kun je downloaden via Brightspace bij T2.A Ontwerpproject. Voer het juiste project in (WOP3) en je groepsnummer. Dan vind je daarin informatie over de materialen die bij de FW beschikbaar zijn voor het WOP3-project.
STL-bestand(en) indien je gebruik wil maken van 3D-printen door de FW (max. 30 volumeprocent, en maximale printduur)
DXF-bestanden indien je gebruik wil maken van lasersnijden bij de FW
Aan het einde van Q3 ligt het ontwerp geheel vast tot in de details. Op basis van de ingeleverde set technische tekeningen en de stuklijst moet een derde partij in staat zijn het ontwerp geheel zelfstandig te vervaardigen.
Q4
Verplichte besprekingen in Q4:
De onderstaande besprekingen met projectdocent, opdrachtgever, wedstrijdleider en FW-medewerker zijn VERPLICHT. Het is de bedoeling dat de hele groep bij deze besprekingen aanwezig is! Niet aanwezig zijn zonder geldige reden en opgave vooraf kan consequenties hebben voor het cijfer.
Met projectdocent:
In periode Q4 worden nog steeds voortgangsbesprekingen gehouden met de projectdocent, niet per se elke week. Deze besprekingen zullen soms in een projectruimte op ME plaatsvinden, soms ook elders zoals aan de projecttafel of in de FW bijvoorbeeld of online. Let daarom goed op hoe laat en waar je moet zijn voor de bespreking. Bereid de bespreking goed voor. Zorg dat je de resultaten kunt laten zien en bedenk vooraf wat je graag met de bespreking wil bereiken.
Met opdrachtgever en de wedstrijdleider:
Daarnaast is er in Q4 voor iedere projectgroep een verplicht keuringsmoment in week 6 of 7 bij de wedstrijdleider (opdrachtgever), de beheerder van de onderwijsmaterialen en/of een projectdocent. Ook hier dienen alle groepsleden aanwezig te zijn. Het is een controlemoment, waarop nagegaan wordt of het ontwerp aan de gestelde eisen voldoet en niet onveilig is voor gebruikers, omstanders en omgeving. Op BS van Q4 kun je in Q4 vinden wat er beoordeeld wordt zodat je weet hoe je hierop voorbereid kunt zijn. Er wordt hiervoor een keuringsrooster gemaakt. Er worden aantekeningen gemaakt en eventueel instructies aan de groep meegegeven, ter voorbereiding op de ontwerpwedstrijd in week 4.8.
Verplichte FW-momenten:
Iedere groep heeft in Q4 vier ingeroosterde FW-momenten (en een reserve-moment). Dan wordt de hele groep geacht daar te zijn. Als er redenen zijn om op een FW-moment niet aanwezig te zijn of als jullie het niet meer nodig hebben, moet dat vooraf (uiterlijk 24 uur van te voren) worden gemeld via e-mail: FW-me@tudelft.nl. Na 3 maakmomenten moeten jullie het ontwerp zelf goed testen en is er nog 1 FW-moment voor aanpassingen, instellingen en dergelijke en nog een reserve-moment.
In Q4 kunnen jullie overigens ook altijd even bij de FW langs gaan (of mailen) met vragen of om bijvoorbeeld de maakbaarheid in de FW van een specifiek onderdeel kort te bespreken.
Globaal overzicht activiteiten en deadlines Q4:
Week 1 t/m 5
Samenwerken.
Pak de samenwerkingsafspraken er nog eens bij. Bij veel groepen is de samenstelling van de groep iets veranderd, maar ook als dat niet zo is: Neem de afspraken met elkaar nog eens door en maak eventueel aanpassingen.
Voorbereiden vervaardigen.
Zorg dat jullie alle benodigde materialen voor het vervaardigen van je ontwerp verzamelen. Bereid zo veel mogelijk voor voorafgaand aan de FW-momenten (goede tekening paraat, maten alvast aftekenen, bewerkingsvolgorde bepalen, taken verdelen, eventueel hulpgereedschappen zoals malletjes beschikbaar hebben, dat soort zaken), zodat de FW-momenten zelf efficiënt worden benut.
Het vervaardigen van het ontwerp.
De FW-Maakmomenten: In de eerste 3 momenten gaan jullie het ontwerp vervaardigen.
Tip: Tussen het 2e en het 3e maakmoment is er een mogelijkheid om een reparatie-lasersnij- en/of 3D-printbestand in te leveren bij de FW (via hun welbekende formulieren). Daarvoor zijn deadlines ingesteld per groep (!) die via BS worden bekendgemaakt.
Uiterlijk na het 3e maakmoment (liever veel eerder ook al natuurlijk) gaan jullie het ontwerp testen volgens je eigen testplan. In het 4e (en eventueel 5e reservemoment) FW-moment kun je het ontwerp dan verder afstellen, aanpassen of verbeteren of repareren. Opkomst tijdens deze ingeroosterde momenten is VERPLICHT, tenzij jullie je als groep hebben afgemeld. Niet aanwezig zijn zonder opgave vooraf kan consequenties hebben voor het cijfer (malus). Afmelden 24 uur vooraf kan via e-mail FW-me@tudelft.nl.
Er kan een gereedschapbox worden geleend (waarschijnlijk in Q3 al) bij Eelco Kleiman.
TESTPLAN: Zelf testen van het ontwerp
Jullie moeten zelf een testplan opstellen. Ter ondersteuning komt in Q4 op BS een document met informatie voor het opstellen van een testplan. Wanneer jullie je ontwerp in (maximaal) 3 maakmomenten hebben vervaardigd, dan testen jullie het natuurlijk eerst zelf volgens jullie testplan. Het testplan komt in Ontwerpdossier WOP3B.
MODELBOUWREFLECTIE
De modelbouwreflectie betreft het vervaardigen van jullie fysieke model. Voor de modelbouwreflectie is het van belang dat jullie vooraf de FW- en andere vervaardigingsmomenten hebben voorbereid, doordacht en ingepland (het vervaardigingsplan). Tijdens het vervaardigen moeten de plannen soms worden aangepast. Neem na ieder vervaardigingsmoment tijd om gezamenlijk het plan en de planning te vergelijken met wat er werkelijk is gebeurd bij het vervaardigen. Maak verslag van de meest opvallende leerervaringen (wijzigingen, met onderbouwing) en pas het plan en de planning indien nodig aan. In Ontwerpdossier WOP3B vermeld je kort - geïllustreerd met beeldmateriaal - de aanpassingen en de reflecties.
SERIEPRODUCTIE
Serieproductie: toepassen van kennis van vervaardigingskunde door op papier het ontwerp aan te passen aan productie in een grotere serie van bijvoorbeeld 10.000 stuks. Daarbij komt onder meer aan de orde:
Keuze vervaardigingstechnieken en de gevolgen in geometrie en materiaal voor de onderdelen: Design for Manufacturing (DFM)
Ontwerpaanpassingen om de assemblage van een grote serie te verbeteren: Design for Assembly (DFA)
Procedure: zie slides van colleges in Q3 en Q4 hierover! In Q4 wordt verduidelijkt voor welke aantallen deze oefening moet worden gedaan.
In Q3 is er al een college over Ontwerpen en Productie gegeven door docent Marcel Tichem. Hij behandelt daarin onder meer een procedure om een ontwerp af te stemmen op serie- of massaproductie. Het is de bedoeling dat jullie die procedure volgen.
Rapporteren: Ontwerpdossier WOP3B
Daarin komt onder meer:
Testplan
Modelbouwreflectie
Serieproductie: toepassen kennis vervaardigingskunde door op papier het ontwerp aan te passen aan productie in een grotere serie (specificatie hiervan volgt in een aparte opdracht in Q4):
- keuze vervaardigingstechnieken en de gevolgen in geometrie en materiaal voor de onderdelen
- ontwerpaanpassingen om assemblage van een grote serie te verbeteren (DFA, procedure zie slides van colleges in Q3 en Q4!)
Resultaten van de individuele simulaties
Prestatieanalyse van het ontwerp: vergelijking van de verwachte (voorspelde, berekende) prestatie en de gerealiseerde prestatie (zie bij week 8). Analyseer de verschillen en verklaar en onderbouw in termen van krachten, bewegingen, materiaaleigenschappen, verliezen, aannames, rekenmodellen en dergelijke hoe deze verschillen zijn te verklaren.
Ontwerpverbeteringsvoorstellen o.b.v. de prestatieanalyse.
Week 6 en 7
Laten controleren (keuren) van het gerealiseerde ontwerp voorafgaand aan de ontwerpwedstrijd
In de twee weken voor de ontwerpwedstrijd dient het gerealiseerde ontwerp gecontroleerd te worden. Om aan de ontwerpwedstrijd mee te mogen doen is deze controle (keuring) verplicht. Op Brightspace komt een indeling te staan wanneer je Ontwerp bekeken en gekeurd gaat worden en ook wat gecontroleerd en bekeken wordt.
Het presenteren van het ontwerp in een collegezaal (T2.B)
Dit valt onder het onderdeel Mondeling Presenteren in Q4. Aanwezigheid bij de lessen mondeling presenteren is verplicht.
Week 8
De Ontwerpwedstrijd is op woensdag 10 juni 2026!
Op de ontwerpwedstrijd wordt het gerealiseerde ontwerp in wedstrijdverband getest. Het wedstrijdschema van de ontwerpwedstrijd wordt pas op de dag zelf bekend gemaakt. Iedereen wordt geacht de hele dag aanwezig te zijn. Overdag mag geen alcohol genuttigd worden. Plan geen rijlessen op deze dag :-).
Op BS zal worden meegedeeld waar en hoe je aan het einde van de ontwerpwedstrijd het ontwerp weer uit elkaar kunt halen om gebruikte onderdelen en materialen te kunnen hergebruiken. Je mag het model ook meenemen in plaats van uit elkaar halen. Het mag niet blijven slingeren in de faculteit of daarbuiten. Ontwerpen worden in dat geval afgevoerd. De geleende motoren moeten worden ingeleverd.
Afronden Ontwerpdossier
- Analyse van de testresultaten ten opzichte van de berekende (voorspelde) verwachting van de prestatie. Verklaring (uitleg) van de verschillen. En op basis daarvan:
- ontwerpverbeteringen voorstellen
- en/of verbeteren van het rekenmodel om de prestaties te voorspellen.
Inleveren Ontwerpdossier WOP3B en een korte video van je ME-Bould uiterlijk vrijdag 12 juni 2026 om 19:00 uur (einde week 8) op Brightspace.
Gereedschapsboxen inleveren
De geleende gereedschapsboxen dienen ook uiterlijk vrijdag na de ontwerpwedstrijd (12 juni) te zijn ingeleverd. Daarover komt nog een mededeling op BS.
De projectcijfers worden pas doorgevoerd in MyTUDelft wanneer dit is ingeleverd!