Gewogen Criteria Methode
Gewogen Criteria Methode (GCM)
Opgave 1
Een projectgroep heeft twee concepten ontwikkeld: de ‘worm’ en de ‘mier’. Deze worden beoordeeld op ‘snelheid’ (weegfactor 50%), ‘betrouwbaarheid’ (weegfactor 15%) en ‘tilkracht’ (weegfactor 35%). Vergelijk deze concepten op deze criteria door een scoretabel te maken zoals voorgeschreven in de ‘gewogen criteria methode’ uit de Reader Ontwerpmethoden.
De voorspelde prestaties zijn:
Worm: 10-3 m/s; 10%; 0,01 N
Mier: 0,05 m/s; 50%; 0,02 N
Je mag zelf scores bij de voorspelde prestaties bepalen.
Opgave 2
Een projectgroep heeft twee concepten ontwikkeld: de ‘band’ en de ‘bol’. Deze worden beoordeeld op ‘massa’ (weegfactor 20%), ‘snelheid’ (weegfactor 25%) en ‘te behalen hoogte’ (weegfactor 55%). Vergelijk deze concepten op deze criteria door een gecombineerde vergelijkingstabel te maken met daarin zowel de voorspelde prestaties als de scores, zoals voorgeschreven in de ‘gewogen criteria methode’ uit de Reader Ontwerpmethoden.
De voorspelde prestaties zijn:
Band: 2 kg; 0,01 m/s; 2
Bol: 1 kg; 3 m/s; 0,2 m
Je mag zelf scores bij de voorspelde prestaties bepalen.
Opgave 3
Een projectgroep heeft twee concepten ontwikkeld: de ‘bal’ en het ‘blok’. Deze worden beoordeeld op ‘kosten’ (weegfactor 20%), ‘betrouwbaarheid’ (weegfactor 45%) en ‘uitstoot’ (weegfactor 35%). Vergelijk deze concepten op deze criteria door een scoretabel te maken zoals voorgeschreven in de ‘gewogen criteria methode’ uit de Reader Ontwerpmethoden.
De scores van de concepten op deze criteria zou je in een echt project baseren op de voorspelde prestatiewaarden van de concepten. Maar voor deze tentamenvraag mag je de scores zelf bepalen.
Opgave 4
Een projectgroep heeft twee concepten ontwikkeld: de ‘ster’ en de ‘doos’. Deze worden beoordeeld op ‘complexiteit’ (weegfactor 25%), ‘veiligheid’ (weegfactor 30%) en ‘herbruikbaarheid’ (weegfactor 45%). Vergelijk deze concepten op deze criteria door een scoretabel te maken zoals voorgeschreven in de ‘gewogen criteria methode’ uit de Reader Ontwerpmethoden.
De scores van de concepten op deze criteria zou je in een echt project baseren op de voorspelde prestatiewaarden van de concepten. Maar voor deze tentamenvraag mag je de scores zelf bepalen.
Opgave 5
Een projectgroep heeft twee concepten ontwikkeld: de ‘hamer’ en de ‘wip’. Deze worden beoordeeld op ‘betrouwbaarheid’ (weegfactor 30%), ‘vermogen’ (weegfactor 45%) en ‘assemblagetijd’ (weegfactor 25%). Vergelijk deze concepten op deze criteria door een scoretabel te maken zoals voorgeschreven in de ‘gewogen criteria methode’ uit de Reader Ontwerpmethoden.
De scores van de concepten op deze criteria zou je in een echt project baseren op de voorspelde prestatiewaarden van de concepten. Maar voor deze vraag mag je de scores zelf bepalen.
Opgave 6
Een projectgroep heeft twee concepten ontwikkeld: de ‘cilinder’ en de ‘piramide’. Deze worden beoordeeld op ‘efficiëntie’ (weegfactor 45%), ‘kosten’ (weegfactor 25%) en ‘gewicht’ (weegfactor 30%). Vergelijk deze concepten op deze criteria door een scoretabel te maken zoals voorgeschreven in de ‘gewogen criteria methode’ uit de Reader Ontwerpmethoden.
De scores van de concepten op deze criteria zou je in een echt project baseren op de voorspelde prestatiewaarden van de concepten. Maar voor deze vraag mag je de scores zelf bepalen.
Opgave 7
In een ontwerpproject voor een nieuw verpakkingsproduct zijn twee concepten ontwikkeld, de ‘kubus’ en de ‘cilinder’. Deze worden beoordeeld op ‘productiekosten’ (weegfactor 45%), ‘stijfheid’ (weegfactor 25%) en ‘materiaalgebruik’ (weegfactor 30%). Vergelijk deze concepten op deze criteria door een scoretabel te maken zoals voorgeschreven in de ‘gewogen criteria methode’ uit de Reader Ontwerpmethoden.
De scores van de concepten op de criteria mag je zelf bepalen.
Opgave 8
In een ontwerpproject zijn twee concepten ontwikkeld voor een lanceermechanisme, de ‘schans’ en de ‘veer’. Deze worden beoordeeld op ‘productietijd’ (weegfactor 35%), op ‘betrouwbaarheid’ (weegfactor 45%) en op ‘materiaalgebruik’ (weegfactor 20%). Vergelijk deze concepten op deze criteria door een scoretabel te maken zoals voorgeschreven in de ‘gewogen criteria methode’ uit de Reader Ontwerpmethoden.
De scores van de concepten op de criteria mag je zelf bepalen.
Opgave 9
In een ontwerpproject zijn twee concepten ontwikkeld voor een nieuw type sensor, de ‘spijker’ en de ‘vork’. Deze worden beoordeeld op ‘nauwkeurigheid’ (weegfactor 40%), ‘prijs’ (weegfactor 25%) en ‘betrouwbaarheid’ (weegfactor 35%). Vergelijk deze concepten op deze criteria door een scoretabel te maken zoals voorgeschreven in de ‘gewogen criteria methode’ uit de Reader Ontwerpmethoden.
De scores van de concepten op de criteria mag je zelf bepalen.
Opgave 10
In een ontwerpproject voor een nieuw opwindautootje zijn twee concepten ontwikkeld: De Flintstone & De Max. Deze worden beoordeeld op drie criteria: ‘Snelheid’ (wegingsfactor 5), ‘Aantal onderdelen’ (wegingsfactor 2), ‘Actieradius’ (wegingsfactor 4). Vergelijk deze concepten op deze criteria door een scoretabel te maken zoals voorgeschreven in de relevante stap van de “gewogen criteria methode”.
De scores van de concepten op de criteria mag je zelf bepalen.
Opgave 11
In een ontwerpproject voor een nieuwe Springrobot zijn twee concepten ontwikkeld: De Kangoeroe & De Vlo. Deze worden beoordeeld op drie criteria: ‘Relatieve spronghoogte’ (wegingsfactor 10), ‘Bedieningsgemak’ (wegingsfactor 3), ‘Productiekosten’ (wegingsfactor 4). Deze criteria zijn elders gespecificeerd en toegelicht (maar niet hier in het tentamen). Vergelijk de concepten op deze criteria door een scoretabel te maken zoals voorgeschreven in de relevante stap van de gewogen criteria methode.
De scores van de concepten op de criteria mag je zelf bepalen.
Opgave 12
In een ontwerpproject voor een nieuw schoonmaakhulpmiddel zijn 2 concepten ontwikkeld: de ‘Borstel’ en de ‘Spons’. Deze worden beoordeeld op 3 criteria: ‘Effectiviteit’ (wegingsfactor 10), ‘Kosten’ (wegingsfactor 3), en ‘Hygiëne (wegingsfactor 5). Vergelijk deze concepten op deze criteria door een scoretabel te maken zoals voorgeschreven in de relevante stap van de gewogen criteria methode.
Opgave 13
In een ontwerpproject voor een nieuw verpakkingsproduct zijn 2 concepten ontwikkeld: de ‘Kist’ en de ‘Koker’. Deze worden beoordeeld op 3 criteria: ‘Efficiënt ruimtegebruik’ (wegingsfactor 2), ‘Kosten productie’ (wegingsfactor 5), en ‘Sterkte’ (wegingsfactor 3). Vergelijk deze concepten op deze criteria door een scoretabel te maken zoals voorgeschreven in de relevante stap van de gewogen criteria methode.